|
| ||||||||
|
Het moeras als filtersysteem
Het overgrote deel van de vijverliefhebbers wil een vijver om vissen in te houden en vergeten dat een natuurlijk evenwicht ook de nodige planten vereist. "Ik zie zo graag mooie Koikarpers" is een veelgehoorde uitroep. Als je dan naar die vijvers gaat kijken dan is er slechts een groene erwtensoep te zien die zo ondoorzichtig is dat eventueel aanwezige karper helemaal niet zichtbaar zijn. Waarom die karpers er dan inzitten weet ik niet, waarschijnlijk om er voor te zorgen dat het water mooi groen blijft. Als je een kleine kans wil krijgen om, met karpers in de vijver, toch een enigszins heldere vijver te hebben en nu en dan een glimp van jouw troeteldieren te zien wil krijgen, dan helpt maar één ding... een moerasfilter. Zo'n moerasfilter is een ondiepe vijver die enkele centimeter hoger en net naast de eigenlijke vijver ligt. De oppervlakte van de moerasfilter moet voldoende groot zijn en een goed uitgangspunt is bijvoorbeeld 1/4 van het vijveroppervlak. Het moerasfilter wordt best zo'n 40 cm diep uitgegraven. Er kan gebruik gemaakt worden van vijverfolie maar dan plant men later best geen riet of lisdodden omdat deze door de folie kunnen groeien. Bij de aansluiting met de vijver legt men de folie gewoon over de rand van de vijver zodat het water kan overlopen. De oevers van de moerasfilter moeten wel enkele cm boven de vijverrand uitsteken. Ongeveer 2/3 wordt terug gevuld met grind en/of zeer grof zand, hydrokorrels zijn ook goed maar in geen geval tuinaarde want die is te rijk van samenstelling. In diepere gedeelten, bijvoorbeeld een kronkelende bedding van 50 cm diep kunnen ook grotere keien gebruikt worden. De aanzuigslang kan ook onder het zand ingegraven worden. De capaciteit van de opvoerpomp moet in de buurt liggen van 1200 liter per uur (Eheim vijverpomp 3250 of Eheim dompelpomp 1250 21). Het moerasfilter kan beplant worden met allerlei moerasplanten die een zacht wortelgestel hebben (tenzij je een polyesterbak gemaakt hebt. Gele lis, zwanebloem, pitrus, zwarte zegge, dotterbloem, egelboterbloem, liefst soorten die forse bladeren hebben en duiden op een grote voedselbehoefte. Zij zullen na een ingroei periode helpen om uw vijver te filteren. Je kan ze in het begin helpen door hier en daar wat bacterial te strooien. Nadat het bacteriebestand voldoende uitgegroeid is krijg je helder, zuurstofrijk water dat naar een frisse beek ruikt. De planten die zich in de vijver bevinden zullen ook beter gaan groeien en rijkelijker gaan bloeien. Niets belet je om de moerasvijver zelf ook nog in twee verdiepingen aan te leggen met een overloopje over een platte steen, zo krijg je het idee van een bergbeekje. Hou er wel rekening mee dat het debiet van de pomp afneemt naarmate ze het water hoger moet opvoeren. In het moerasgedeelte kunnen de larven van libellen en andere insecten zich vermenigvuldigen zonder schrik om door vissen opgegeten te worden. Het is ook een uitverkoren plaatsje voor kikkers en salamanders en als je tuin goed afgesloten is kunnen roodwang schildpadden daar de zomer doorbrengen. Vergeet ze dan echter niet voor de winter binnen te halen want het zijn subtropische dieren.
|